|
|
| Bondscoach Johan Lammerts: "We doen wat mogelijk is met een beperkt budget" |
|
Komende week staat het WK veldrijden op het programma. De laatste Nederlandse winnaar dateert alweer van 2008. Destijds pakte Lars Boom de regenboogtrui. Boom koos in 2009 echter definitief voor de weg. Sindsdien is het veldrijden minder populair geworden in Nederland. Bondscoach Lammerts beseft dat het Nederlandse veldrijden bij de mannen er niet goed voor staat. Ook weet hij dat de Tv-zender de NOS steeds minder aandacht schenkt aan het veldrijden. Er moet dus wat gebeuren. De KNWU probeert Nederland als vooraanstaand crossland te houden. Tom de Koster sprak namens Wielrenwereld met bondscoach Lammerts over deze problematiek en over zijn eigen profcarrière. Laten we het eerst even over je eigen profcarrière hebben. In 1984 won je de Ronde van Vlaanderen en in 1985 een etappe in de Tour de France. Twee fantastische zeges. Aan welke van deze twee overwinningen denk je met het meeste genoegen terug? "De Ronde van Vlaanderen staat zeker bovenaan, maar aan de Touretappe denk ik ook vaak met plezier terug. Als de Ronde van Vlaanderen wordt gereden, worden de herinneringen hieraan altijd versterkt en in de maand juli denk ik elk jaar juist weer vaker terug aan de Tour." Beide overwinningen haalde je onder Peter Post. Later ging je voor buitenlandse ploegen rijden, maar bleven de grote overwinningen uit. Is Post van invloed geweest op de successen in het begin van je carrière? "Post had zeker zijn invloed. Bij hem ben ik opgeleid als professional. Ik had echter ook het geluk in het Raleigh team te mogen rijden met renners als Raas, Knetemann en Lubberding. Zij hebben ook een positieve invloed gehad op mijn ontwikkeling." Hoe zie jij je aandeel in de Tour overwinningen van LeMond in 1989? "In 1989 was ik zijn slaapmaat in de Tour en heb ik direct een bijdrage kunnen geven als knecht. In 1990 was ik door ziekte er helaas niet bij toen LeMond weer won." Jullie hebben samen al eens een wielerploeg opgezet. Hebben jullie nu nog steeds contact? "Eigenlijk was de wielerploeg niet door ons opgezet, maar LeMond had wel een sponsor gevonden. De sponsor kwam toen bij het Mercury team. Het is nu al wel een paar jaar geleden dat ik hem persoonlijk gesproken heb." Je bent nu zowel bondscoach bij het dameswielrennen, als het veldrijden. Is er tussen deze twee disciplines een groot verschil in je rol als bondscoach? "Er is wel een verschil in de activiteiten. Bij het vrouwenwielrennen zijn er budgettair veel meer mogelijkheden. Door de ondersteuning van NOC-NSF hebben we de afgelopen jaar veel meer kunnen doen voor het dameswielrennen, bijvoorbeeld meer trainingen, trainingskampen en wedstrijden. Voor het veldrijden hebben we die budgetten gewoonweg niet. "Natuurlijk is het altijd mooi om mee te kunnen strijden om de overwinning. Dat geeft je werk ook extra voldoening." Marianne Vos pakte de wereldtitel in 2006 op de weg en won daarna 4x zilver. Zijn de zilveren medailles iets om trots op te zijn, of overheerst het gevoel van net niet? "Elke medaille is om trots op te zijn. Ook 4 zilveren medailles. Marianne, het team en de technische staf balen natuurlijk ook wel als we niet winnen. Dit toont echter ook de winnaarmentaliteit die er in het vrouwenwielrennen overheerst. We hebben een uitstekende topsportcultuur. Als je uiteindelijk er alles aan gedaan hebt om de overwinning te behalen en iemand anders was beter dan is het ook te accepteren en kijk je toch met voldoening terug." Heeft het geschil dat je met haar had over het al dan niet rijden van de Olympische tijdrit nog invloed gehad op jullie relatie? "Ik geloof niet dat dit erg van invloed meer is." Laten we het over het veldrijden hebben. Wat heb je eigenlijk zelf met het veldrijden? "Ik heb zelf aan veldrijden gedaan. Echter op een minder niveau, omdat ik in eerst instantie vooral wegwielrenner was. Ik heb wel altijd in mijn hele wielercarrière samen met Adrie van der Poel getraind. En in de winter waren dit vooral veldrittrainingen." Het lijkt alsof we er in Nederland op dit moment niet goed voor staan, omdat we de laatste jaren geen aansprekende resultaten hebben geboekt bij de heren. Ben je het hier mee eens? "Het gaat natuurlijk om de laatste twee jaar. Drie jaar geleden was Lars Boom nog Wereldkampioen." "Misschien wel bij het Nederlandse publiek ja. Maar dat komt ook omdat ze bij de NOS steeds minder aandacht voor het veldrijden hebben. Ik weet echter dat heel veel Nederlanders nog steeds naar het veldrijden op de VRT en VT4 kijken. Op deze manier is het veldrijden toch niet helemaal van het scherm voor de liefhebbers." Is het voor de ontwikkeling van Nederlandse talenten en eigenlijk het Nederlandse veldrijden in het algemeen, zorgelijk dat de laatste jaren een aantal internationale Nederlandse wedstrijden zijn afgehaakt? "Het is natuurlijk jammer dat Pijnacker en Eerde Veghel er niet meer zijn. Maar ik ben erg blij met de toevoeging van een nieuw evenement in Valkenburg. Dus zo dramatisch is het per saldo nu ook weer niet. Belangrijk voor onze talenten blijft dat we in Nederland blijven vormgeven aan een goede eigen competitie." Als bondscoach moet je wel heel erg blij zijn met het initiatief van het Rabo – Giant Offroad team? "Ik ben tevreden met elke sponsor die investeert in het veldrijden. De afgelopen jaren heeft bijvoorbeeld ZZPR ook veel betekend voor de sport." Eén toprenner kan al direct een wereld van verschil maken, want met de tijdelijke terugkeer van Lars Boom wonnen ‘we’ weer een Wereldbekerwedstrijd. "Lars heeft heel veel kwaliteiten en in topvorm kan hij altijd winnen." Kunnen Nederlandse renners profiteren van de populariteit van het crossen in het dichtbij gelegen Vlaanderen, of is dat juist een last omdat het in deze sterke wedstrijden moeilijk punten scoren is? "Nederlandse renners profiteren vooral van de populariteit van het crossen in Vlaanderen. Ze krijgen onder andere startgeld en prijzengelden van de Vlaamse organisatoren. En in sterke wedstrijden word je een betere crosser. Het gevaar is dat minder internationale kapitaalkrachtige organisatoren in bijvoorbeeld Nederland van de markt gedrukt worden en een kwalitatief minder deelnemersveld kunnen aantrekken." Wat doet de KNWU er aan om Nederland als vooraanstaand crossland te behouden? "We doen wat mogelijk is met het beperkte budget wat er is. De KNWU investeert al jaren in het veldrijden en zal daarin blijven investeren. De komende jaren zijn en blijven de belangrijkste prioriteiten deelname aan de Wereldbekers, EK, WK en het behouden en uitbreiden van de landelijke trainingspunten." Zou je hetzelfde probleem willen hebben als de Belgische bondscoach Rudy de Bie, die uit zoveel goede renners kan kiezen dat zijn selecties bijna altijd kritiek opleveren? "Het zijn "luxe" problemen. Ik heb hetzelfde bij het vrouwenwielrennen. Ik kan hier ook wel twee topteams samenstellen. Uiteindelijk stimuleert dit het algemene niveau en dat is wat elke sportbond en coach wil. Dat is topsport. Altijd strijden om de beste te willen zijn. Iedere keer maar weer de lat hoger leggen. Dus dat probleem neem ik er graag bij en eigenlijk is het geen probleem." |




