|
|
| Karl Vannieuwkerke: Piazzo del Campo |
|
Door die “Vive le vélo!” daagde het plots. Winnen op de Piazza, voor Philippe Gilbert is het geen droom. Begin maart won hij hier de Montepaschi Strade Bianche. In de slotkilometer schudde hij Ballan en Cunego uit het wiel en luidde de start – dat ritje in Algarve vergeten we gemakkelijkheidshalve – van zijn beste seizoen tot dusver in. Winnen op bestelling, het bestaat opnieuw. Het wordt zelfs getolereerd. “Hij vertelde me waar en wanneer hij zou aanvallen. Dat is het leuke aan koersen met Phil”, postte David Millar op Twitter na het recente succes in Andenne. Mocht Riccò het hebben gedaan, werd hij versleten voor debiele gedopeerde klootzak. Nationale en internationale wielerreferenda aan het eind van dit jaar kunnen zichzelf beter opheffen. Spankracht kan bij zoveel meesterschap zelfs kunstmatig niet meer in het leven worden geroepen. Flandrien, Kristallen Fiets, Sprint d’Or, Vélo d’Or, Bici d’Oro. Opsturen naar Monaco zonder dure gala-avond. Zeldzaam zijn ze, de renners die er wat aan vinden. Philippe zeker niet. Gun hem die paar dagen extra met Patricia en Alan. En als we die onnozele verplichtingen voor één keer overslaan kan de microkosmos wielrennen een goed signaal sturen naar het universum wereld. Organisatoren van wielerverkiezingen storten het voorziene budget van hun exquis evenement op rekeningnummer 000-0000012-12. Philippe Gilbert zal het weten te waarderen. Wij ook. Vrienden van de Hoorn, moeten we dat niet allemaal een beetje zijn? Bron: www.vannieuwkerke.wordpress.com |
| Laatst aangepast ( zondag 14 augustus 2011 10:48 ) |


Chi dice Siena, dice Palio. Wie Siena zegt, zegt Palio. Het is een Italiaanse uitdrukking om aan te geven dat twee zaken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Overmorgen is het opnieuw zover. Dan strijden de jockeys van de belangrijkste wijken van de Toscaanse stad op de Piazza del Campo voor de hoogste eer die in de streek te rapen valt: winst in de Palio. Winnen op de Piazza, de droom van velen. Samen met mijn kinderen J. en M. zat ik vorige week op het plein op de grond voor het Palazzo Comunale. We mijmerden over ruiters die mekaar de pas afsneden en paarden aanvuurden met venijnige zweepjes in een poging het zoete rijk der winnaars binnen te treden. We waren verdwaald in het heldenverhaal tot een Belgische toerist ons terugbracht naar de realiteit. Hij strekte zijn hand uit en zei: “Dag Karl, vive le vélo!” Meer niet. Een glimlach later was hij alweer verdwenen naar de andere kant van het plein. “Wie was dat?”, vroegen mijn kinderen. “Geen idee”, bleef ik ze het antwoord schuldig. Maar we ontwaakten wel uit onze droomwereld. Weg van paarden en ruiters, brood en spelen. Terug naar de waanzin van bijna elke dag, de koers.

